het Politiek bureau

Hoofdstuk 1

Ken jezelf

– en waarom dat nuttig is voor een politicus –

Je politieke aspiraties

 

Er was een moment in je leven dat je bedacht: ik word politicus. Misschien sloop het langzaam je gedachten binnen? Misschien was het er *WHAm* zo maar opeens? Misschien ben je, een beetje tegen je zin, gepusht om het te gaan doen?

Maar je doet het in ieder geval (of gaat het doen) en alleen daarom verdien je al een compliment!

We gaan in het eerste hoofdstuk van dit blok in op je politieke aspiraties en gaan we terug naar het moment dat je voor het eerst ideëen (verwachtingen) had over de (gemeente) politiek. Ook mag je een persoonsbeschrijving van jezelf maken. En ga je op zoek naar je politieke rolmodellen.

Als laatste ga je kijken hoe het zit met je werk-politiek-privébalans.

Ken jezelf

 

Je begint deze les met het beschrijven van jezelf. In maximaal 250 woorden. En laat dit lezen door iemand die jou goed kent.

 

Je bent een betere politicus als je jezelf goed kent. Als je weet wat je kracht is, en wat je onvolkomenheden zijn.

Oefening:

Beschrijf jezelf in 250 woorden maximaal. En laat het door iemand lezen die jou goed kent. Pas desnoods een aantal zaken aan als hij/zij het niet helemaal met jouw beschrijving eens is.

Uiteindelijk komt er een persoonsbeschrijving uit die (redelijk) klopt.

 

Tip: Leg je oefeningen vast: op papier, in een map op je computer of bijvoorbeeld in Evernote. Zorg dat alle oefeningen bij elkaar blijven. Je hebt ze op een later moment in deze training weer nodig.

Politiek? Wat een lol!

 

De meeste mensen zullen niet snappen wat wij zo leuk*) vinden aan politiek. En toch is het zo, de balans slaat meestal positief uit.

Maar er zijn ook dagen (of weken?) dat het absoluut geen pretje is en je je afvraagt: “waar ben ik aan begonnen!”

Ik vind de raadsvergaderingen elke keer weer boeiend om mee te maken (ik kan ze niet leuk noemen). Het werken met de fractie heb ik enorm veel lol in. Maar het overleggen met bepaalde partijen, ik noem geen namen, zorgt geregeld voor buikpijn.

Hoe zit dat bij jou?

 

*) ik gebruik hier het woord “leuk” maar je mag ook uitdagend, bevredigend, boeiend, interessant, plezierig, prettig of intrigerend lezen.

Oefening:

Kijk terug op de afgelopen periode. Wat vond je leuk aan het raadswerk en wat vond je minder.

Schrijf het eerst op en probeer het daarna te ordenen. Leuk links en niet leuk rechts (mag natuurlijk ook andersom).

Kijk vervolgens wát de leuke taken zo leuk maakt (bijvoorbeeld de interactie met andere mensen). En vraag je af wat je moet doen om er meer van te krijgen.

Daarna buig je je over de minder leuke taken. Wat maakt ze minder leuk (bijvoorbeeld weinig onderling vertrouwen). En bedenk daarna wat JIJ kunt doen om deze taken leuker te maken.

Noot: er blijven altijd F*^%k taken over. Dat is overal zo.

margaret thatcher – prime minister GB

Je rolmodel?

 

Je politieke inspiratiemoment is mogelijk ontstaan toen je een bepaalde (landelijke) politicus zag of hoorde spreken. Wat zei hij/zij toen? Wat vond je er zo inspirerend aan?

En vond je als vrouw een vrouw die in de politiek zat (wat bijzonder is) boeiender dan een man in de politiek? Of maakte je dit niks uit?

En kon jij, als man, geïnspireerd raken door een politica? Of was je daar niet zo mee bezig? Eerlijk antwoorden ;). Zijn er ook voorbeelden uit de plaatselijke politiek? Of uit het buitenland?

 

Ter inspiratie: Claudia de Breij had in haar oudejaarsconference van 2019 een uitgebreid verhaal over haar vader die in de gemeentepolitiek wilde, maar daar te netjes voor was (ik kan het fragment niet op Youtube vinden, helaas). Maar voor haar was dit het begin van haar politieke bewustwording.

Oefening:

Ga op zoek naar inspirerende boeken, films, Youtube-/Vimeo-filmpjes, artikelen, etc. van politici die jou inspireren of geïnspireerd hebben.

Schrijf op wat je er zo goed aan vindt en schrijf op wat je er van kunt leren.

Tip: ik ken iemand die Margaret Thatcher als rolmodel heeft, al heeft hij haar nooit bewust als Prime minister meegemaakt. Maar zij kende bepaalde foefjes om mensen te overtuigen. Het hoeft dus niet meteen iemand van jouw eigen politieke kleur te zijn.  

Je politieke aspiraties.

 

Met bovenstaande oefening in je hoofd, ga je je eigen idealen en aspiraties op papier zetten.

Oefening: Je politieke aspiraties.

 

Welke doelen hoop je te halen? En dan bedoel ik niet alleen inhoudelijke doelen, maar ook politieke doelen en persoonlijke doelen.

Met welke waarden bedrijf jij politiek? o.a. hoe wil je dat mensen jou kennen (als politicus dan).

Waar wil je naar toe als politicus? Wil je over 4 jaar in de Tweede Kamer zitten? Wil je fractievoorzitter worden? Wil je naar de Provinciale Staten? Of wil je gewoon lekker een beetje rondkijken en zien wat er van komt? Wil je vooral op de achtergrond functioneren (commissielid/steunfractielid of in het bestuur van een partij je bijvoorbeeld bezig houden met communicatie of campagnevoeren) of wil je het liefst partijleider worden en met je neus vooraan staan?

Grijp bij al deze vragen steeds terug naar het moment dat je bedacht dat je de politiek in wilde. Toen waren je idealen en je ideëen nog vrij van alle belangen van anderen en van de waan van alledag. Kijk ook wat er veranderd is sinds dat moment.

Wat heeft de politiek met je gedaan de afgelopen jaren (deze vraag is natuurlijk alleen voor mensen die al een aantal jaren in de politiek zitten). Ben je cynischer geworden of juist idealistischer? Of maakt het niet uit?

Balans werk-privé

 

Als ik spreek met mensen die geinteresseerd zijn in (gemeente) politiek is één van de eerste vragen: hoeveel tijd kost het eigenlijk?

Tja, en wat zeg ik dan? Een eerlijk antwoord of een antwoord zodat mensen verleid worden de politiek in te gaan?

Uiteindelijk zeg ik dan altijd: “Dat hangt er van af”. En zo is het ook.

Sommige mensen ademen politiek, voor hun bestaat er niks anders. Je krijgt mailtjes die om half vier ‘s nachts verstuurd zijn. Ze bellen je op de meest bijzondere momenten en  weten altijd alles. Deze mensen zijn 24 uur per dag met politiek bezig.

Andere mensen lezen hun stukken tijdens de raadsvergadering. En kiezen één moment per jaar waar ze iets zeggen: bijvoorbeeld over de grafrechten. Ik schat in dat zij ongeveer 2 uur per week maximaal met politiek bezig zijn.

En beiden zijn goed! Als je eenmaal als raadslid gekozen bent kan je het doen op de manier die voor jou het beste uitkomt.

Hoe jouw balans er uit ziet hangt van een aantal zaken af.

Oefening:

Hoe ziet jouw specifieke situatie er uit? Onderzoek dit aan de hand van bovenstaande vragen.

Onderzoek bijvoorbeeld hoeveel ruimte je krijgt van je partner. Neemt hij/zij een deel van de thuistaken over? Heb je ouders, kinderen, hobby die vaak een beroep je je doen?

En hoeveel energie heb je en kun je tegen vergaderen op de late avond? (Noot van mij: was voor mij eerst lastig, ik wil graag om 10 uur naar bed. Maar ben er nu wel aan gewend).

Als je zeer ambitieus bent en jezelf al in de Tweede Kamer ziet zitten, dan zal je tijdsbeslag anders zijn dan wanneer je het als probeersel doet.

Bepaal aan de hand van de antwoorden hoeveel uren per week jij tijd hebt voor de politiek. En maak op basis hiervan een ‘ideale week’.

Houd hierbij ook rekening met fractievergaderingen, bijeenkomst van je politieke partij en trainingen op inhoudelijk of persoonlijk vlak (zoals deze training).

Wat valt op? Waar zit(ten) de bottleneck(s) en weet je al oplossingen hiervoor? 

In les 6 hebben we een videocall. Dit kan één van de onderwerpen zijn om met mij te bespreken.

Inhoud Training

- Ken jezelf

1 – Wie ben ik en wat zijn mijn politieke aspiraties.

Ontdek het in het eerste deel van de training. Je doet een aantal oefeningen. Krijgt leesvoer (voor de liefhebber). En socrates himself helpt je op weg.

Een extraatje bij deze les: Politiek kan best veel tijd kosten (en het is verslavend). Als je die tijd niet hebt, hoe kan je dan toch je werk goed doen.

2 – Wat voor politicus ben ik/wil ik zijn

De vraag wat voor soort politicus ben ik en/of wil ik zijn. Daar draait het om in dit deel van de training. Doe de online test om te kijken wat voor politicus je bent en leer waar je uitdagingen liggen.

- Ken je omgeving

3 – Wie is de baas in de raadszaal?

Ken je vrienden en je ‘vijanden’. Met wie heb je te maken, hoe ziet je omgeving eruit en wat heb je hier eigenlijk aan. Na deze lessen zal je omgeving nooit meer hetzelfde zijn.

En hoe zit het met macht, ranking, cultuur en al die zaken waar je mee te maken krijgt als je een groep mensen bij elkaar zet?

Analyseer een raadsvergadering en gebruik daarbij de analysetools die ik voor je heb.

4 – Integere, goede politiek bestaat dat eigenlijk?

Stel dat je de ideale wereld mag ontwerpen, hoe ziet ie er dan uit? En wat heeft dit met politiek te maken? En wat is politiek? En wanneer doe jij het goed?

Ik geef je tips zodat je zelf een politiekmanifest kunt schrijven.

- Communicatie

5 – Met wie communiceer jij eigenlijk en waarom?

Voor wie doe je het eigenlijk allemaal, behalve natuurlijk voor jezelf? En hoe communiceer je dan met die mensen? En welk verhaal vertel je aan wie? En moet dat verhaal een beetje eenduidig zijn?

En welke middelen gebruik je dan om te communiceren?

6 – alles komt samen en nu aan de slag

Oké en nu…… aan de slag. Schrijf jouw verhaal.

 

Blogs

Ik twijfel, dus ik ben……

Ik twijfel, dus ik ben……

Zoals ik al eerder geschreven heb, is politiek een schouwtoneel. Vooral een raadsvergadering, maar ook in de media sta je op een podium en let je op...