het Politiek bureau
politiek
Politieke speurtocht – bezoek aan de raad 2
Een politieke speurtocht door een gemeenteraad. Deel 2
16
juni, 2020

Het vervolg op de Politieke Speurtocht door mijn eigen gemeenteraad. Met vandaag: de opstelling, wat gebeurt er eigenlijk tijdens een schorsing en wie zitten er eigenlijk in deze gemeenteraad (iets met representatie).

Morgen hebben we (alweer) een nieuwe vergadering van de raad. Maar ik blijf nog even bij onze vorige vergadering.

Wil je deel 1 van deze speurtocht teruglezen? Dan kan dat hier.

 

De opstelling

 

Onze raad kent de lagerhuisopstelling. Net als in het Engelse lagerhuis zitten we tegenover elkaar, met een behoorlijke ruimte ertussen.

Die ruimte is nu opgevuld met tafels en stoelen  en daar zitten nu ook raadsleden om zo aan de anderhalve meter regels te kunnen voldoen.

Maar in tegenstelling tot het Engelse systeem kennen we geen twee partijenstelstel in Nederland. In mijn gemeente hebben we acht partijen (twee lokale partijen, VVD, CDA, CU, D66, GroenLinks en PvdA) Uiterst links en uiterst rechts kennen we (nog) niet in de raad. En de verschillen tussen de partijen zijn niet heel erg groot. Qua mening en gedrag.

Veel gemeentes hebben een ovale of ronde opstelling. Waarbij de wethouders of opgenomen zijn de de cirkel (bijvoorbeeld in Assen) of buiten de cirkel zitten.

De wethouders zitten langs de zijlijn. Terwijl het debat dus tussen raadsleden zou moeten zijn (ze zitten niet voor niets aan de zijkant), gebeurt het toch vaak tussen raad en college. En dan vooral tussen oppositie en college.

 

Wie zitten er in de raadszaal?

 

Behalve de 23 raadsleden (daarover zo meer) zitten er veel meer mensen bij een raadsvergadering. Op dit moment mogen er maar maximaal 30 mensen in een raadszaal. Dus naast de raadsleden (die er niet allemaal zijn, in verband met ziektes), is de voorzitter van de raad en de griffier aanwezig. De burgemeester zit de raadsvergadering voor. Het mag ook niet anders, dit is bij wet zo geregeld.

De wethouders (5 in totaal) zitten op hun plek. Daarnaast zitten er ambtenaren in de zaal. Wie dat zijn is afhankelijk van het onderwerp. Ze zitten er uit interesse of om het college te ondersteunen als er lastige vragen uit de raad komen. De griffiemedewerkers en bode(s) zijn ook aanwezig.

Dan hebben we de pers. In onze plattelandsgemeente zijn dat natuurlijk niet de landelijke pers. Die zijn niet geïnteresseerd in de onderwerpen die hier spelen. Meestal hebben we 2 of 3 journalisten op bezoek. En zij hebben een eigen plekje.

Dan heb je de steunfractieleden (of duo-raadsleden, fractieondersteuners, etc.). Ongeveer 2 per fractie. Al zijn lang niet allen elke keer aanwezig.

Als laatste heb je de inwoners zelf in de raadszaal. Gewoon omdat ze politiek leuk vinden of omdat ze gaan inspreken.

Al met al zijn er elke vergadering meer dan 50 mensen aanwezig.

 

Over de raadsleden

Hoeveel raadsleden er zijn hangt af van de grootte van de gemeente. De kleinste gemeenten hebben 9 zetels (bijvoorbeeld Schiermonnikoog) de grootste gemeenten hebben 45 zetels (de grote steden). Wij hebben 23 raadsleden, vrij eerlijk verdeeld over 8 fracties. Waarbij de grootste drie fracties uit 4 personen bestaan en de kleinste uit 1.

Hoe representatief is de gemeenteraad eigenlijk?

Als je antropologisch onderzoek doet (wat de politieke speurtocht is) doe je geen waardeoordelen. Je aanschouwt en noteert. Oordelen laat je aan anderen over. Dus op de vraag of een gemeenteraad wel een goede afspiegeling is van de samenleving geef ik geen antwoord.

Wat wel opvalt is het aantal vrouwen in onze raad: 4. (terwijl je toch mag veronderstellen dat in een gemeente ongeveer 50% vrouw is). De rest is dus man. Hoeveel transgenders, homo’s etc. er in onze raad zitten? Ik zou het niet weten, daar wordt niet openlijk over gepraat. We hebben 1 iemand met een buitenlands paspoort in de raad (Australisch) en één persoon met een molukse achtergrond.

Wel verbaast het me hoe weinig geïnteresseerd raadsleden zijn in de achtergronden van anderen. Ik weet van een aantal raadsleden nu nog niet wat voor werk ze doen of gedaan hebben.

Leeftijd is wel een ding in deze gemeenteraad (net als het beperkt aantal vrouwen). Slechts 1 raadslid is onder de dertig jaar, 3 zijn onder de veertig,  2  jonger dan vijftig en 6 zijn onder de zestig jaar. 11 raadsleden zijn ouder dan zestig (en een aantal zijn ver over de zeventig!).

Welke invloed heeft de hogere leeftijd op het debat? Hebben oudere raadsleden het voor het zeggen en hebben jongeren minder invloed? En wat voor invloed heeft het gebrek aan vrouwen op de agenda? Allemaal vragen die logisch zijn maar waar ik nu nog geen antwoord op heb. Maar wel interessant om verder te onderzoeken.

Ranking

 

We zijn niet allemaal gelijk. De één is meer de baas dan de ander.

Ook in de raadszaal wordt steeds de pikorde bepaald. Zoals ik in mijn vorige blog vertelde hangt de pikorde o.a. van het onderwerp af. Mensen die meer verstand van een onderwerp hebben, staat hoger in aanzien dat mensen die niet goed ingewijd zijn. Maar kennis is niet het enige dat van belang is. Ook kennissen (netwerk), leeftijd, geslacht, uiterlijk, etnische achtergrond, etc. bepalen je rank.

Vaak zie je aan het begin van een debat over een onderwerp dat even opnieuw de pikorde bepaald wordt. Door de woordvoering merk je hoe een partij over een thema denkt, de nieuwe verhoudingen worden duidelijk en er ontstaat weer een nieuwe balans in de raadszaal.

Ik hoor vaak mensen zeggen: “joh, ik doe daar niet aan mee hoor, die krabbenmand”. Dat zou kunnen (al geloof ik het niet), maar houdt er dan wel rekening mee dat andere mensen dit wel doen.

Schorsen

 

Een van de interessanste onderdelen van een raadsvergadering vind ik het ‘schorsen’. Een of meer partijen vragen aan de voorzitter om een schorsing. Vaak om als partij te overleggen (of als groepje, bijvoorbeeld coalitie).

Schorsen kan ook gewoon een manier zijn om het debat te frusteren. Of om de wethouder onder druk te zetten. Bijvoorbeeld door aan te geven dat je gaat overleggen over stappen die je gaat nemen. Meestal is dat dan dreigen met een motie. Of wel of geen steun voor een onderwerp.

Deze overleggen gebeuren in de wandelgangen of in vergaderzalen rond de raadszaal. Bij ons kunnen deze schorsingen best lang duren. Bijvoorbeeld om met een goede motie te komen of de coalitie weer in het gelid te krijgen.

Meestal wordt tijdens een schorsing wat openener gesproken over een onderwerp dan in de raadszaal. En wordt er tussen groepjes heen en weer gelopen om te overleggen. 

Meestal duurt een schorsing bij ons véél langer dan eerst aangegeven werd en wordt de voorzitter van de raad wat ongeduldig.

We hebben een bel om de raadsleden weer terug te krijgen. Ik weet niet hoe andere gemeente

Conclusie

 

Dit was deel II van de politieke speurtocht.

Wat kan je hier nu uit opmaken. Wat zeggen al deze beschrijvingen?

Ten eerste zegt het iets over de bril die je op hebt. Ik heb veel oog voor de taal die gebruikt wordt. Hoe praten mensen? Ik vind het vervelend als ik niet goed begrepen wordt of als mij dingen in de mond gelegd worden die ik niet gezegd heb. Dus daar ben ik zeer gevoelig voor. Let dus op je eigen bril. Waar let(te) jij vooral op?

Verder is het heel fijn als je oog hebt voor het spel van ranken. Wie is ‘de baas’, wie staat onderaan in de pikorde. Daarnaast is het goed om te weten dat dit geen vast gegeven is, maar afhankelijk van de situatie en de context.  Kijk dus steeds aan het begin van een nieuw debat hoe de verhoudingen gaan ontstaan. Ranken gaat soms heel subtiel.

In een groep heb je altijd mensen die heel belangrijk zijn: en dat hoeven dus niet altijd de hoogsten in rang te zijn. Dit zijn de mensen die goed met anderen op kunnen schieten (bij ons is dit een ChristenUnieraadslid) en als verbinder op kunnen treden. Er zijn ook mensen uit bij de coalitie horen, maar goed met mensen uit de oppositie op kunnen schieten. Dit kan handig zijn als je bondjes wilt smeden. En som heb je breekijzers nodig om dingen voor elkaar te krijgen. Een sociogram is dan een ideale manier om dit in beeld te krijgen.

Wees je ook bewust van de irritaties en andere (leuke of minder leuke) gevoelens als je rond kijkt in een raadsvergadering. Vraag je af waarom je het antwoord van die wethouder stom vindt (wat zegt dat over jou). Waar liggen je voorkeuren en wie met wie ben je het totaal niet eens? Zelfonderzoek is een essentieel onderzoek bij antropologisch onderzoek.

Voor mij is politiek een totaal uit de hand gelopen hobby. En een raadsvergadering blijft voor mij een antropologisch hoogtepunt.

Meer artikelen lezen