het Politiek bureau
politiek
Waar we nooit over praten in de gemeenteraad, maar wat wel zou moeten!
Natuurlijk moet je het hebben over de kaders bij participatie en over instrumenten, maar er is iets dat nog veel belangrijker is om over te praten: hoe ga je als raad om met het delen van de macht?
10
december, 2020

Introductie

 

Wij zijn volksvertegenwoordigers en voor 4 jaar gekozen, wij zijn uitstekend in staat om alle belangen tegen elkaar af te wegen en tot een goed besluit te komen. Waarom dan überhaupt nog aan participatie doen?” Dit raadslid weet het wel. Burgerparticipatie is onzin. Nergens voor nodig. Inspraak via de geëigende kanalen tot daar aan toe, maar meer niet.

We zitten bij een online gesprek met onze raad over burgerparticipatie. Van elke partij is een vertegenwoordiger aanwezig en van sommige partijen zijn alle raadsleden er.

Wij zouden gaan praten over instrumenten die we kunnen gebruiken om tot (betere) participatie met de inwoners te komen als gemeente in het algemeen en voor de raad in het bijzonder. Samen met de onderzoekers Peter van den Heuvel en Ellen Steijvers van het project Raad in Beweging.

De discussie wordt gevoerd aan de hand van een casus. Een fabriek midden in een stad gaat sluiten en er komt een groot terrein vrij waar iets moois op zou kunnen gebeuren. De inwoners mogen (mede) bepalen wat er gaat komen. Er worden allerlei dilemma’s naar voren gebracht waar wij dan over kunnen discussiëren. Voorbeelden van dilemma’s zijn: wie mag er mee doen aan het participatieproces? Wat doe je als raad als er ontevreden participanten zijn? Wat als aan het eind van het proces er nieuwe ontwikkelingen voordoen die niet voorzien zijn in de kaders?

 

Het gesprek komt op gang

 

De discussies komen steeds wat langzaam op gang. Antwoord geven op de dilemma’s blijkt lastig. Het online vergaderen zal hier ook mee te maken hebben. Er worden voorzichtig wat antwoorden gegeven. En wat punten naar voren gebracht. Tot een van de aanwezigen de knuppel in het hoenderhok gooit: “Wat is eigenlijk het doel van participatie?”. Meteen gaat iedereen los. Goed om burgers te betrekken, gebruik maken van het kennispotentieel in de samenleving, met z’n allen weten we meer, weten wat er leeft in de gemeente, mensen het gevoel geven dat ze er toe doen en mee mogen praten, etc.

Tijdens deze discussie merk je dat er 3 groepen zijn in de raad: voorstanders van participatie (minderheid), felle tegenstanders van participatie (de hardste schreeuwers) en de gematigde middengroep die het vooral belangrijk vindt dat áls er geparticipeerd wordt, dit goed gebeurt.

Het gesprek gaat verder, bij elk nieuw dilemma dat genoemd wordt ontspint zich weer een discussie via deze drie groepen. De onderzoekers stellen af en toe verduidelijkende vragen, maar mengen zich niet in de discussie.

 

Een ding blijkt toch het allerbelangrijkst

 

Ik merk dat ik steeds meer in mijn rol van observerende antropoloog schiet en minder als betrokken raadslid. Vooral omdat de onderliggende stroom steeds naar boven komt, maar voordat je het kunt pakken is het weer weg. Die onderstroom bestaat uit de vraag: Wat moeten wij nog als raad als de inwoners het zelf voor het zeggen hebben? 

Tot het moment dat een van de jongste en meest enthousiaste raadsleden de knuppel in het hoenderhok gooit en zegt: “Ik snap dat jullie deze nieuwe ideeën lastig vinden, het gaat immers om het loslaten van controle! Wij zijn het hoogste orgaan, maar misschien moeten we een stukje van onze macht loslaten!” 

Ik vraag me ondertussen af of en hoe de onderzoekers iets kunnen maken van de discussie van deze raadsleden. Vooraf hoopten ze goed input te krijgen voor instrumenten voor gemeenteraden bij burgerparticipatie. De discussie vordert en ik vraag me af of dit gaat lukken.

Opgeven van controle en macht. De gemeenteraad is het hoogste orgaan in de gemeente en heeft daardoor best veel macht. Al moet je het ook niet overdrijven. Veel zaken doet het college samen met de ambtenaren, wij mogen meestal vooraf de kaders meegeven en achteraf controleren, dus of wij echt aan het stuur zitten?

Daarnaast, bij ons in de raad zitten 23 bestuurders van die gemeentebus, dus in je eentje de bus een andere kant op sturen is best lastig. Maar ik erken, raadslid zijn geeft mij best een goed (en machtig) gevoel. Ik stel wat voor en heb wat te zeggen. En hier een stukje van opgeven voelt als een verlies.

 

Zolang die olifant in de kamer niet besproken wordt, kom je niet verder

 

Als het laatste dilemma op tafel kom ontploft de discussie helemaal: wat als er na het participatieproces maar voor het besluit van de gemeenteraad nieuwe, interessante informatie op tafel komt. De verschillen tussen voor- en tegenstanders wordt nog meer op scherp gezet. “Tja,” zegt een raadslid, “als het een financieel interessante oplossing is, dan moet je dat natuurlijk gaan doen. Jammer dan voor de inwoners.” 

Anderen zeggen: “jammer dan, hoe goed deze oplossing ook is, je kunt niet aan het eind van het spel de regels veranderen, dat komt niet betrouwbaar over.” 

Uiteindelijk blijft de discussie in cirkels ronddraaien. We komen niet dichter tot elkaar. Wel is duidelijk dat we nog niet allemaal overtuigd zijn van de nut en noodzaak van participatie. En blijft de onderstroom, angst voor verlies van controle/macht, door de discussie heen lopen. Zolang dit het gesprek blijft domineren, komen we niet verder.

Volgens mij moeten we in de gemeenteraad niet de discussie voeren óf we participatie willen, maar hóe we onze rol zien in participatietrajecten. En welke middelen we hierbij nodig hebben.

Misschien had de olifant in de kamer, het verlies van controle, meer aandacht moeten krijgen in de discussie. Dat vraagt natuurlijk wel wat van raadsleden: praten over je eigen positie en functioneren. Onze raad is hier nog niet aan toe (welke raad wel?)

 

Participatie gaat gewoon door, met of zonder gemeenteraad

 

Je zou denken, zolang deze gemeenteraad nog niet toe is aan participatie gebeurt er niets op dat vlak in onze gemeente. Niets is minder waar, er wordt druk geparticipeerd. Inwoners, ambtenaren en college hebben het hier druk mee. Er is een participatieraad, voor de omgevingsvisie wordt geparticipeerd en voor de kadernota sociaal domein is een heel participatietraject opgezet, etc. Er wordt veel geparticipeerd en veel gaat goed en veel ook niet. De raad bemoeit zich er nauwelijks mee. Wij stellen geen kaders bij dit soort trajecten, we eisen geen rol op gedurende de trajecten en controleren niet of deze trajecten wel goed verlopen zijn (bijvoorbeeld: praten alleen de usual suspects mee of bereik je ook groepen die normaal niet mee doen).

Als antropoloog vind ik dit alles zeer interessant: de onderstroom, de tegenstellingen, de argumenten, de cultuur, etc. Als raadslid vind ik dit zeer zorgelijk: wij hebben als raad immers ook gewoon de taak om die vermaledijde participatietrajecten goed te laten verlopen, of je het er nou mee eens bent of niet.

 

Wordt vervolgd.

 

Photo by Jon Tyson on Unsplash (wel aangepast)

 

 

Meer artikelen lezen